Reizen zonder haast begint met een simpele omkering: je behandelt de reis niet als de prijs die je betaalt voor de bestemming, maar als een deel van de vakantie zelf. Dat klinkt zweverig tot je een keer met de trein naar het zuiden gaat en merkt dat je op de plek van aankomst niet leeg bent, maar juist wakker. Het landschap is langzaam veranderd, je hebt een boek uitgelezen, je hebt niemand hoeven vragen of je vloeistoffen in een zakje zitten. Slow travel gaat niet over trager doen om het trage. Het gaat over de vraag waar je aandacht naartoe gaat, en over de constatering dat een reis van acht uur soms minder van je vraagt dan een vlucht van twee.
De trein is geen offer, dat is een misverstand
De meeste mensen rekenen een treinreis uit in klokuren en concluderen dat het niet kan. Amsterdam naar Parijs kost je met het vliegtuig een uur en twintig minuten, dus waarom zou je er drie en een half over doen. Maar die rekensom klopt niet, want je vergelijkt vliegtijd met reistijd. Tel het uur naar de luchthaven mee, de twee uur die je er van tevoren moet zijn, het wachten bij de bagageband en de rit van de luchthaven naar het centrum, en het verschil is ineens klein.
Belangrijker nog is wat die uren met je doen. Een treinuur is een bruikbaar uur. Je kunt lezen, kijken, slapen, praten, eten aan een tafel die niet inklapt. Een vlieguur is een uur waarin je vooral wacht tot het voorbij is. Ik durf de stelling wel aan dat je met de trein meer tijd overhoudt, ook al ben je langer onderweg. Wie een stedentrip toch al rustig wil aanpakken, vindt in een citytrip plannen zonder stress het raamwerk dat hier goed op aansluit.
Het klimaatverschil is geen detail, het is een factor tien
Hier wordt het concreet. Volgens Milieu Centraal levert een citytrip naar Parijs met de trein 20 kilo CO2 per persoon op, tegen 190 kilo met het vliegtuig. Naar Berlijn is het verschil nog scherper: 5 kilo met de trein tegenover 110 kilo door de lucht. Dat is geen marge waar je omheen kunt praten met een compensatiebijdrage van zeven euro.
Ik noem dit niet om je een schuldgevoel aan te praten. Ik noem het omdat het de keuze eenvoudiger maakt. Als twee opties ongeveer even lang duren, ongeveer even veel kosten en de een tien tot twintig keer minder uitstoot heeft, dan is het geen dilemma meer. Dan is het gewoon een keuze die je één keer maakt en daarna niet meer hoeft te overwegen.

Onderweg zijn is een vorm van niksen die je jezelf gunt
Er is iets bijzonders aan een trein: je hoeft er niets. Je kunt niet even snel de was doen, je kunt niet opstaan om iets te halen uit een andere kamer, je kunt niet beginnen aan dat klusje. Je zit, en het landschap doet de rest. Dat is precies de toestand die we thuis zo moeilijk vinden op te roepen en waar ik eerder over schreef in de kunst van niksen.
Wat mij opvalt is dat mensen die zeggen dat ze niet kunnen ontspannen, in een trein vaak binnen een half uur wegdommelen. Niet omdat de trein zo comfortabel is, maar omdat de keuze even is weggenomen. Je kunt nergens heen. Dat is geen beperking, dat is een geschenk. Als je het toelaat tenminste, en niet je hele reis besteedt aan het wegwerken van je mail.
Zo plan je een reis zonder haast
Slow travel valt of staat bij de voorbereiding, en dan vooral bij wat je niet plant. Zo pak ik het zelf aan.
- Kies een bestemming die je in één dag kunt bereiken. Alles binnen ongeveer duizend kilometer is met de trein prima te doen. Ga je verder, plan dan bewust een overnachting onderweg in plaats van een marathon.
- Boek zo vroeg mogelijk. Internationale treintickets werken als vliegtickets: de goedkope contingenten gaan het eerst weg. Drie maanden van tevoren scheelt je vaak de helft.
- Neem ruime overstaptijden. Een overstap van twintig minuten maakt van je reis een sportwedstrijd. Reken op minstens een uur, dan wordt vertraging een ongemak in plaats van een ramp.
- Plan de eerste dag leeg. Kom aan, loop een rondje, eet ergens. Zet geen museum in je agenda op de dag dat je reist.
- Pak licht in. In de trein sjouw je je koffer zelf over perrons en trappen. Wat je thuis niet mist, mis je onderweg ook niet, zoals ik eerder beschreef in handbagage slim inpakken.
- Neem iets analoogs mee. Eén boek, een schrift, een kaart op papier. De reis wordt anders als je scherm niet je enige venster is.
De bestemming wordt kleiner en dat is winst
Wie langzaam reist, gaat vanzelf minder ver. En wie minder ver gaat, gaat vaker terug naar dezelfde plek. Dat is misschien wel de grootste verandering: je ruilt een lijst afgevinkte landen in voor een handvol plekken die je echt kent. Je weet welke bakker op maandag dicht is. Je herkent de man van de kiosk.
Dat voelt in het begin als verlies. We zijn opgevoed met het idee dat reizen betekent dat je steeds iets nieuws moet zien. Maar de mensen die ik ken die het gelukkigst zijn over hun vakanties, zijn zelden degenen met de langste lijst. Het zijn degenen met de diepste plek.
Mijn advies: begin met één reis, niet met een principe
Ik geloof niet in grote geloftes. Wie zichzelf plechtig belooft nooit meer te vliegen, vliegt binnen twee jaar weer, en voelt zich dan ook nog schuldig. Begin liever klein en concreet: neem dit jaar één reis die je normaal zou vliegen en doe hem met de trein. Eén.
Kijk daarna eerlijk terug. Was het echt zoveel langer? Was het duurder dan je dacht, of viel het mee omdat je geen bagage bijkocht en geen transfer nodig had? En vooral: hoe kwam je aan? Bij mij is het antwoord op die laatste vraag steeds hetzelfde geweest, en dat is de reden dat ik het blijf doen. Niet omdat het moet, maar omdat het gewoon prettiger is.
Reizen zonder haast is uiteindelijk geen vervoerskeuze maar een tempo dat je jezelf toestaat. De trein is daar alleen het handigste middel voor, omdat hij je dwingt te zitten en te kijken. Wat je overhoudt is een vakantie die niet pas begint als je uitgepakt bent, maar op het moment dat je instapt.