De herfstvakantie heeft iets wat de zomervakantie mist. Niemand verwacht dat je ver weggaat, het weer is wisselend en de dagen zijn kort. Juist daardoor is een dag in het bos dan het mooiste uitje dat je kunt bedenken. Het kost bijna niets, het is dichtbij en kinderen komen er moe, vies en blij van terug.
Ik merk wel dat zo’n dag staat of valt met een paar praktische dingen. Koude handen, natte voeten of een rugzak zonder iets lekkers erin, en het uitje is na een uur voorbij. Hieronder lees je hoe ik het aanpak, zodat je een hele dag buiten blijft in plaats van een rondje van twintig minuten.
Waarom het bos in oktober zo goed werkt
In oktober is het bos op zijn rijkst. Er liggen eikels en beukennootjes, overal staan paddenstoelen, de bladeren kleuren en er zijn plassen in alle maten. Kinderen hebben in een herfstbos geen speeltuin nodig, ze maken er zelf een. Een omgevallen boom is een evenwichtsbalk, een greppel is een rivier en een stapel bladeren is een bed.
Staatsbosbeheer heeft een hele pagina over naar buiten gaan met kinderen, met kabouterpaden voor kinderen van drie tot zeven jaar, speelbossen en blotevoetenpaden. Wat ik er het mooiste aan vind, is dat ze zonder omwegen zeggen dat vies worden mag. Dat is ook precies de instelling waarmee ik zelf het bos in ga. Als je de hele dag bezig bent met kinderen die niet in de modder mogen stappen, heb je allebei een saaie dag.
Kies voor jonge kinderen een route van hooguit drie of vier kilometer, het liefst een rondje met een bankje of picknickplek halverwege. Oudere kinderen kunnen meer aan, maar ook voor hen geldt dat het niet om de afstand gaat. Een uur rond dezelfde plas spelen is in hun ogen vaak de beste wandeling van de dag.

Laarzen of wandelschoenen
De eerste vraag die ik krijg als ik vertel dat we een dag het bos in gaan, is wat de kinderen aan hun voeten hebben. Dat hangt af van wat je gaat doen.
Voor korte rondjes waar je vooral door plassen stampt, zijn regenlaarzen heerlijk. Wij hebben bij de achterdeur een paar rubberlaarzen van Hunter staan voor precies dat soort middagen, en die gaan ook mee naar de kinderboerderij of het strand in de herfst. Bij een langere wandeling met heuveltjes, boomwortels en natte bladeren wordt dat anders. Een laars zit losser om de voet en geeft weinig steun rond de enkel, zodat jonge kinderen er sneller moe van worden of uitglijden.
Voor die langere dagen kies ik daarom liever stevige wandelschoenen voor kinderen die in de modder mogen. Bij KEEN zitten daar veel waterdichte modellen tussen met een rubberen neus tegen het stoten van tenen tegen stenen en wortels. Voor de kleinsten vind ik de Skua handig, omdat die een elastische sluiting met klittenband heeft en kinderen hem dus zelf aan kunnen trekken. De Zionic is er ook in een hoge versie, wat helpt als je kind graag door diepe plassen loopt. En ze zijn er in kleuren als blauw, roze, paars en oranje, wat niet onbelangrijk is als je kind zijn eigen schoenen wil kiezen.
Wat ik daarbij heb geleerd, is dat waterdicht niet betekent dat er nooit water in komt. Als een kind tot boven de schoen in een plas staat, loopt het water er gewoon van boven in. Een hoge schoen helpt, maar reservesokken in de rugzak helpen meer.
Wat er in mijn rugzak gaat
Ik neem in de herfst altijd meer mee dan nodig lijkt. Een kind dat het koud heeft of honger krijgt, wil naar huis, en dan maakt het niet uit hoe mooi het bos is. Dit zit er standaard in.
- Een thermosfles met warme thee of chocolademelk
- Brood, appels en iets lekkers voor halverwege
- Een setje reservesokken per kind en een kleine handdoek
- Een extra trui of fleece, ook als het ’s ochtends meevalt
- Een vergrootglas en een zakje voor eikels, kastanjes en mooie bladeren
- Een vuilniszak om op te zitten of om natte kleren in te stoppen
Die sokken zijn misschien wel het belangrijkste onderdeel. Ik koop ze tegenwoordig van wol, omdat die warm blijven als ze een beetje vochtig worden. Voor mezelf heb ik een paar wandelsokken van Sockwell die ik ook in de winter draag, en sinds ik daarop loop, heb ik zelf minder snel koude voeten als we lang buiten zijn.

Spelletjes die een wandeling langer maken
Kinderen lopen graag, zolang er onderweg iets te doen is. Een wandeling waarin alleen maar gelopen wordt, voelt voor hen al snel als een opdracht. Deze dingen werken bij ons altijd.
- Een kleurenjacht, waarbij je iets roods, iets geels en iets bruins zoekt
- Paddenstoelen tellen, zonder ze aan te raken
- Een bladerkroon maken van de mooiste bladeren van de dag
- Om de beurt de weg kiezen bij elke splitsing
- Stil staan en luisteren hoeveel verschillende vogels je hoort
Het mooiste moment komt vaak als je even niets organiseert. Laat ze een kwartier bij een beekje spelen terwijl jij op een boomstam je thee drinkt. Dat is ook voor jezelf een moment van rust, iets waar ik eerder al over schreef in mijn stuk over wandelen zonder bestemming.
Thuiskomen na een dag buiten
Na een dag in het bos ziet de gang er niet uit. Modder op de schoenen, natte jassen, zakken vol eikels. Het helpt als je daar al een plan voor hebt voordat je vertrekt. Ik leg een oude handdoek bij de voordeur klaar, de schoenen gaan meteen op een krant en de natte kleren rechtstreeks in de wasmand.
Laat wandelschoenen langzaam drogen, met wat krantenpapier erin, en niet op de verwarming. Dat geldt voor de schoenen van de kinderen en net zo goed voor je eigen. Ik draag zelf vaak mijn leren boots van Lazamani als we een kort stuk bos doen, en die maak ik daarna met een vochtige doek schoon voordat ik ze wegzet. Dat is vijf minuten werk en ze zien er het hele seizoen netjes uit.
Zoek je voor de rest van de vakantie nog meer ideeën dichtbij huis, lees dan ook mijn tips voor een microreis in eigen land. Want een vakantie hoeft niet ver weg te zijn om het gevoel te geven dat je even weg bent geweest. Soms is een dag in het bos met modder tot aan je knieën al genoeg.



